Alcantara staat bekend als één van de best bewaarde koloniale steden in Brazilië. Het dorp is alleen per boot bereikbaar vanuit Sao Luiz en ligt vanaf de haven op een heuvel.

Mijn eerste verbazing betrof het feit dat ik niet mijn vertrouwde koloniale gebouwen aantrof. Hier zijn geen houten woningen met een veranda op de eerste etage. Als we in Suriname spreken over koloniale gebouwen, dan praten we over houten woningen van 2 hoog met een veranda voor en achter. Hier in Alcantara tref ik ze niet . Mijn metgezel  weet te vertellen dat die bouwstijl vooral bij de Duitsers en Hollanders hoorde. Dat Portugezen altijd gebouwen van steen hebben gebouwd en die bepleisteren. En inderdaad, dat zijn de gebouwen die ik zie. Veelal in mooie zachte kleurvarianten van blauw, geel en roze. Ik moet weer terugdenken aan het verhaal dat grote vrachtschepen bepakt en beladen naar Europa vertrokken, en vervolgens met stenen werden volgegooid richting het koloniaal gebied. Door het schip te beladen was het stabieler op de oceaan en beter bestand tegen eventuele stormen op zee. Blijkbaar hebben de Portugezen veel stenen naar Brazilië gebracht of zijn ze zelf gaan produceren ten behoeve van hun huizen.

Op een plein met allerlei koloniale gebouwen treffen wij een ruïne aan van wat een kerk uit de 17de eeuw is geweest. Als we linksaf verder omhoog gaan richting een andere kerk, lopen we tegen een klein museumpje aan. We stappen naar binnen en het blijkt te gaan over het lokale feest Festa do Divino.

De dame die ons en nog twee andere Brazilianen rondleidt, leidt ons langs verschillende tronen (foto) en eettafels waaraan gasten mogen plaatsnemen. Bij het feest hoort ook het opzetten van een grote totempaal met allerlei vruchten op de plaats waar ik eerder de ruïne van een oude kerk had gezien. Ook leidt zij ons langs een zweeppaal die daadwerkelijk is gebruikt in de slaventijd en maquettes van oude kerken. Ondertussen vertaalt mijn metgezel stukjes van haar verhaal. Ik heb nog veel vragen als we het museumpje verlaten, dus ik neem plaats op een muurtje. Terwijl mijn metgezel een uitgebreider verslag doet van het specifieke Festa do Divino-feest, luisteren een aantal lokale kinderen mee die gefascineerd zijn door zijn Engels.

Het feest van de heilige geest (Festo do Divino) is ontstaan halverwege de 19de eeuw. Alcantara blijkt de geboorteplaats van het feest te zijn, maar het wordt ook in andere steden en dorpen van de staat Maranhão gevierd. Het feest is ontstaan na een afgezegd bezoek van de toenmalige koning Dom Pedro II  van Brazilië. Dit was toen nog een minderjarige jongen. Hij zou naar het dorp komen, maar is uiteindelijk niet gekomen. Als ik later op internet zoek, dan wordt zijn verhaal niet bevestigd. Daar wordt verwezen naar de Azoren die al in de 16de eeuw in dit gebied waren. Zij zouden het feest hebben geïntroduceerd en pas later zou het bekender zijn geworden.

De basis van het feest is dat er elk jaar onder de kinderen van het dorp een keizer of keizerin wordt aangewezen. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet men al eerder hebben deelgenomen aan de organisatie en festiviteiten. De keizer zit namelijk op een troon met onder hem op de verschillende treden de ‘mordoro-regio’  en ‘ mordora-regia’ en daaronder weer ‘ mordoro-mor’  en ‘ mordora-mor’ . Om keizer(in) te kunnen worden, moet het kind eerste de andere treden hebben doorlopen. Men kan wel een sprong maken als men een belofte maakt aan een heilige, waar men zich aan houdt. Tijdens het feest worden er kokos-koekje uitgedeeld en gegeten. In een winkel waren deze koekjes verkrijgbaar. Ik heb geproefd en het smaakte precies zoals de kokosmacronen in Nederland. Bij het feest was een belangrijke rol weggelegd voor de slaven, blijkend uit de verschillende Afrikaanse invloeden die in het feest te vinden zijn. Zo wordt er vooral op drums gespeeld en spelen de zwarte oudere vrouwen een belangrijke rol bij de zang en rituelen van het feest. Er zijn allerlei rare elementen erbij gekomen. Want de dame van het museum vertelde ook dat het feest elk jaar gevierd moet worden, want anders zou het dorp in rampspoed terechtkomen. Onder de oude ruïne van de kerk ligt namelijk een halve slang, de andere helft ligt in een ander dorp. Als het feest niet wordt gevierd, zal de slang weer één geheel worden en het dorp aanvallen.

Het feest begint met het opzetten van de 10 meter hoge paal onder begeleiding van muziek. De volgende dag gaan vanaf 4 uur in de ochtend tot en met de volgende ochtend vrouwen bij de mast zingen. Zij gaan vervolgens naar de keizer en volgen met zijn allen een dienst, waarbij de keizer wordt gekroond en een witte duif wordt vrijgelaten. De processie gaat dan weer terug naar het huis van de keizer en daar worden zoetigheden gegeten. In de middag worden de helpers ‘ gevangenen’  en brengen ze offers bij de paal om bij de heilige om bevrijding te vragen. Op zaterdag vraagt de hoofd-helper om toestemming van de keizer om de andere helpers te bevrijden en de keizer ontvangt de mensen in zijn huis. In Alcantara wordt dit allemaal in het museum gedaan, waar we de rondleiding hebben gehad. Op zondag gebeurt hetzelfde en daarna zijn er nog verschillende feesten in de week erna voor de helpers. Op vrijdag wordt een os in het dorp vrijgelaten bedekt met bloemen. De rondleidster vertelde ons dat iedereen eigenlijk een os moet kopen. Maar als je geen geld hebt, kun je samen met anderen een os kopen. Na de rondgang door het dorp wordt de os geslacht en opgegeten. Op zaterdag worden er goederen aan de armen verstrekt (alms) en op de laatste zondag wordt er nog een grote mis in de kerk gehouden en in het huis van de keizer geluncht. Na die lunch gaat iedereen in processie naar de kerk om daar de keizer voor volgend jaar te kiezen.

Zo beschreven lijkt het op een set van losse rituelen, maar alles heeft een betekenis. De mensen besteden veel tijd en aandacht aan dit feest. Alleen al het maken van een troon om de paar jaar of zelfs elk jaar is al een ‘heidens’ karwei. Ook zijn er verschillende mooi gedekte tafels waar vrouwen en muzikanten kunnen eten. Alles rijkelijk versiert, maar wel in mijn Hollandse en Westerse ogen vreselijk kitsch.

Na dit mooie verhaal van mijn metgezel op het stenen muurtje lopen we verder door het dorp. Als we bijna boven zijn, wordt het duidelijk dat we nog meer dan genoeg tijd hebben voordat de boot teruggaat. We besluiten om naar het strand te gaan.

We informeren bij een vrouw naar de weg naar het strand en de prijs voor de boot om er te komen. Ze geeft aan waar we de heuvel af moeten en vertelt ons dat de boot 1 of 2 reaal per persoon zal kosten. We volgen haar aanwijzingen op. Op het pad naar beneden houdt een heer, die in zijn onderbroek voor zijn huis zit te eten, ons aan. Hij vraagt of we onderweg zijn naar het strand. Mijn metgezel maakt een praatje met hem. Ik observeer en luister. Zijn stem komt nogal eager  op mij over, alsof hij graag deze klus wil. Ik hoor geen vriendelijkheid of vrijblijvendheid. Ik mag hem niet erg. Mijn metgezel vertelt dat de man ons voor 10 reaal wil varen en dat de man ook een plek weet waar we ons kunnen douchen. We besluiten om nog even door te lopen. De man vertelt dat hij zowieso later beneden zal zijn. Toen we eenmaal beneden waren, zagen wij gen andere bootsmannen. We zagen wel een visser het water inlopen richting het strand. Als hij dat kan, dan kunnen wij dat toch ook?

En zo was mijn dagtripje koloniaal stadje ineens veranderd in een strand- en modderavontuur. De heren bewezen goede diensten en gingen op onderzoek uit. Door de modder werd er gezocht naar een oever om in het water te stappen. Uiteindelijk zag ik een visser gewoon bij de steiger het water ingaan. Dat was beter voor mij als teer vrouwtje, die geen bikini bij zich had. Later kwamen ook de heren via hun plekje weer uit het water richting de steiger. Daar stapten we in het water en staken over naar het ander stukje strand. Als drie gelukkige kinderen waadden we door het water naar het zeestrand. Eenmaal aangekomen hadden we het gehele strand tot onze beschikking en de heren trokken al snel hun shirt uit en namen een duik in de zee.

Op de terugweg moesten we ons nog haasten om op tijd bij de boot te zijn, maar alles is goed gegaan. De terugreis op de boot was onstuimig en menigeen werd ziek aan boord. Gelukkig hadden wij niet veel gegeten en was er weinig om misselijk van te worden. In Sao Luiz namen we afscheid en gingen ieder ons eigen weg.

Please follow and like us: