In stilte wandelen we op zondagavond de nieuwe brug in Nijmegen over. We doen dit samen met enkele oud-veteranen. Elke avond tegen zonsondergang eren zij met deze wandeling de 48 soldaten, die bij de Slag om Arnhem hun leven verloren. Zij waren de eersten die hier de rivier probeerden over te steken. De lichten van de brug gaan één voor één aan als we lopen, één licht voor elke soldaat die hier het leven liet. Het is de afsluiter van een bijzonder weekend.

Bezoek aan Airborne Museum

Mijn man is al sinds vrijdagavond onrustig en opgewonden over ons bezoek aan het Airborne Museum in Villa Hartenstein bij Arnhem. Als kind heeft hij ‘A Bridge Too Far’ wel meer dan 20 keer gezien. Ik kijk niet uit naar ons bezoek aan het museum. Oorlog trekt mij niet aan, het schrikt mij af. Al dat geweld, en al dat machoïsme vind ik overdreven. Als we aankomen bij het Airborne museum echter worden we eerst ontvangen door twee charmante dames op leeftijd, die ons op allerervriendelijkste wijze welkom heten.

Ons bezoek aan het museum begint met  een korte film over Market Garden, de grootste militaire operatie op Nederlands grondgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Meer dan 10.000 Engelse, Poolse en Amerikaanse soldaten worden op 17 september 1944 in de omgeving van Arnhem en Nijmegen gedropt, om de weg vrij te maken richting Duitsland en Berlijn.

Luitenant-Kolonel John D. Frost raakt na zware gevechten ingesloten bij de brug in Arnhem en moest zich uiteindelijk terugtrekken in een klein gebied bij Oosterbeek.  Vila Hartenstein werd toen het hoofdkwartier van de Engelse soldaten. Na twee dagen van intensief vechten, moet Frost het opgeven. De Duitsers zijn te sterk. Van de 11.000 gelande parachutisten, maakten slechts 2300 de oversteek terug naar Nijmegen. Nederland moest nog één winter onder de Duitse bezetting zien door te komen, voordat het werd bevrijd in mei 1945.

In de expositieruimtes worden de verschillende stappen van de operatie uitgebeeld en uitgelegd aan de hand van voorwerpen, maar vooral ook aan de hand van dagboekfragmenten, brieven en interviews met veteranen en lokale burgers die de operatie hebben meegemaakt. Er is zelfs ruimte voor het verhaal van Duitse veteranen. Zeer aangrijpend is het verhaal van een Duitse soldaat, die op een kantoor werkte en plotseling met een geweer de straat op moest om Engelse soldaten tegen te houden. Wat zou ik in zo’n situatie hebben gedaan?

Ik raak geïntrigeerd. Dit museum gaat niet zozeer over de militaire operatie, maar vooral over de beleving van individuele mensen. Het verhaal achter de operatie staat centraal. In de expositie ‘EGO- Vergeet mij niet’ wordt aan de hand van 48 voorwerpen een bijbehorende verhaal verteld door diens eigenaar. Dit zijn verzetslieden, burgers, geallieerde soldaten, Duitse soldaten, nabestaanden en de postduif William of Orange. De duif valt op. Hij moest met een geweersalvo van de soldaten worden geprikkeld om terug te keren naar Londen om het briefje over de voortgang van de operatie af te leveren. Gelukkig, heeft hij Londen wel gehaald.

Het museum kijkt niet alleen terug, maar ook vooruit. Nu wordt elk jaar in september de slag om Arnhem herdacht. Deze is vooral bestemd voor veteranen en diens familieleden, die vaak nog steeds lijden onder het geweld en verlies van toen. Er zijn echter nog maar een paar veteranen over. Hoe gaat de herdenking eruit zien als zij zijn overleden? En mogen Duitse veteranen nu wel of niet deelnemen aan de herdenking? Boeiende vragen met zeer genuanceerde antwoorden.

Tot slot is er de experience. Met filmbeelden, geluidseffecten en een nauwkeurig nagebootst decor lijkt het alsof we midden in het oorlogsgebied zijn. Even sta ik stil en laat alles op mij inwerken. Is dit wat mensen in Syrië en in andere oorlogsgebieden nu ervaren? Geen wonder dat ze er met trauma’s uitkomen. Ik ben blij dat ik de ruimte kan verlaten en buiten het groen weer in me kan opnemen.

Vila Hartenstein arnhem airborne

Beeld van de experience in het Airborne Museum

Lunch in Oosterbeek

Nog vol van alle indrukken van het museum, besluiten we eerst een lunch in Oosterbeek te gaan gebruiken. Café-Restaurant Schoonoord brengt ons weer terug naar de huidige wereld. Met een lach op ons gezicht kijken we naar wat oudere dames die proberen hun auto te parkeren en daarbij een paaltje raken. Het kan ze niets schelen en even later lopen ze vrolijk het restaurant binnen. Een moeder zit met haar dochter van 10 jaar een broodje te eten, en twee zakenmannen houden een werkbespreking.

Airborne begraafplaats

We besluiten om toch nog even naar de Airborne oorlogsbegraafplaats te gaan. Hier liggen zo’n 1700 jongens begraven, de meesten zijn nog in hun twintiger jaren als ze sterven op het slagveld. Bij verschillende witte stenen staan bloemen, een roosje, een zonnebloem of een veldboeketje. Het is duidelijk dat ze nooit zullen worden vergeten.

Op deze begraafplaats vindt op de eerste zondag na 17 september de jaarlijkse herdenking plaats. Duizenden mensen,  veteranen en familie van gesneuvelde militairen komen dan bij elkaar om bloemen te leggen en te gedenken dat deze mannen hun leven hebben gegeven voor de bevrijding van een land dat niet hun thuisland is. .

Historisch koken

Na het bezoek aan het Airborne museum was het tijd voor een ietwat luchtigere activiteit. We mogen meekijken met een kookworkshop van Eet!Verleden. Manon Henzen heeft een enorme passie voor oude recepten en het tot haar missie gemaakt om onze culinaire geschiedenis op de kaart te zetten. Zij deelt haar kennis graag middels boekjes, workshops en lezingen.

Terwijl mijn man de kokers filmt, praat ik met de deelnemers over hun interesse voor oude recepten.  Na twee uren koken, stonden er 10 gerechten op tafel. het oudste gerecht stamde uit de 17e eeuw, en de meest recente was afkomstig uit het Conimex-kookboekje  dat Manon zelf heeft gebruikt gedurende haar studententijd. 

Zondag

Als kind en tiener ben ik er geweest, maar als volwassene nooit. En aangezien mijn man niet geboren is in Nederland, leek het mij leuk om samen met hem nog een keer naar het Openluchtmuseum in Arnhem te gaan.

De laaste keer dat ik er was, was ik een tiener op tienertour. Van dat bezoek herinner ik mij vooral de plaggenhut en verschillende oude boerderijen die je van binnen kon bekijken. Vandaag de dag is het museum nog groter en herbergt het nog meer bijzondere gebouwen. Uiteindelijk bleken we aan één dag niet genoeg te hebben.

Alhoewel er in het museum nog veel aandacht is voor het typische Nederlandse plattelandsleven en oude vissersdorpen, hebben ook modernere thema’s hun weg naar het museum gevonden. Eén voorbeeld daarvan zijn de arbeiderswoningen uit Tilburg met verschillende interieurs uit de 20ste eeuw.

Ook gevoeligere thema’s als het leven in de Molukse Barakkenkamp en Nederlands-Indië worden aangeraakt in het Openluchtmuseum. Het werd een boeiende dag. Ik  zag ook mijn plaggenhut weer terug, en mijn man kreeg in een korte tijd een indruk van Nederland door de jaren heen.

Bezoek de website van het Openluchtmuseum voor de meest recente openingstijden en bezoekersinformatie.

jaren '70 arnhem

Interieur van een jaren ’70 woning. riep veel herkenning op

Nederlandse geschiedenis tot leven gekomen

In stilte rijden we zondag naar huis. Wat al die geschiedenisleraren op school niet hebben kunnen doen, is hier in Arnhem en Nijmegen wel gelukt. De Nederlandse geschiedenis is tot leven gekomen. 

Meer informatie over wat er te doen is in de regio Arnhem – Nijmegen vind je op de website van VisitArnhem en VisitNijmegen.

Please follow and like us: