Het Aukstaitijos Nacionaliniame Parke herbergt niet alleen meren en riviertjes omringd door eindeloze dennenbossen, maar ook uitgestrekte weilanden en kleine historische dorpen. Drie dagen lang hebben wij dit nationale park, dat op slechts een anderhalf uur reizen van Vilnius ligt, te voet, met de fiets en per kajak verkend.

Wandelen

We verlaten Ignalina via een wijk met vooral Sovjet flats uit de jaren ‘60. Al snel maken die plaats voor een dennenbos, wiens donkerrode stammen en groene naalden stilte afdwingen. Na nog geen kilometer wandelen komt het eerste meer in zicht. Het water oogt zwart door het donkerbruine zand dat op de bodem ligt. Aan één kant staan vooral dennenbomen, aan de andere kant neemt het felgroene gras langzaam het meer over om daarna weer plaats te maken voor de eerste berken.

Aukstaitijos park litouwen

Palūšė, een klein dorpje aan de rand van het Lūšiai meer, is het eerstvolgende dorp. Hier is het informatiecentrum van het nationaal park gevestigd. De oude houten huizen in het dorp zijn in natuurlijke kleuren geschilderd, vooral donkergroen en korengeel. Vrijwel elk huis heeft een grote tuin met daarin appelbomen, struiken gevuld met bessen, groenten en natuurlijk bloemen. In de kleine kassen worden tomaten gekweekt en ook de waterput ontbreekt niet.

Op een heuvel, uitkijkend over het dorp, staat de oudste houten kerk van Litouwen. Gebouwd in 1750, met alleen een bijl. De bijbehorende toren en houten levensgrote afbeeldingen van Jezus zijn eenvoudig, maar imponerend.

Vervolgens neemt de wandeling ons via een pad langs het meer richting Meironys. Op dit gedeelte staan veel houten beelden gemaakt door lokale houtsnijders in de jaren ‘70. De houten beelden vertellen over legendes uit de Ignalina regio. Veelal gaan de verhalen over duivels en elfen die jonge mensen kietelen totdat ze sterven.

Wie oog heeft voor het kleine wonderschoon van de natuur, kan hierop volop genieten. Zo zien wij slakken, zo groot als een stuiterbal, langzaam tegen een boomstam omhoog klimmen. Gele en paarse veldbloemen verrijken de kleine grasvelden en omlijsten de donkere houten beelden met kleur.

slak Aukstaitijos nationaal park

Na een eindeloos lijkend dennenbos, wiens bodem is bedekt met een tapijt van mos, komt Gavelkėnai in zicht. Ook hier weer mooie houten huizen èn een oude watermolen. Een ooievaar wandelt door het grasveld. Hij vliegt weg als hij ons ziet om dan al zwevend iets verderop weer te landen. We naderen een derde kleinere meer. Over een heel smal pad banen we ons een weg door de hoge varens en struiken. De muskieten vliegen om onze benen en hoofd. Na wat zoeken, belanden we in een donker en vochtig bos om daarna via de weg richting Strigailiškis te wandelen.

Dit dorp is gelegen rondom een ander meer, maar de echte attractie is Restaurant Romnesa. Het familiebedrijf produceert Šakotis. Een heerlijke cake gemaakt van eierdeeg in de vorm van een kerstboom. Op traditionele wijze wordt hij boven een open vuur gemaakt. Al draaiend aan het spit, wordt er met een lepel steeds een laag deeg over de cake gegoten, totdat hij groot en dik genoeg is. Het restaurant serveert verder traditionele Litouwse gerechten als geroosterd varkensspek met aardappel en zuurkool. We zijn blij dat we na het eten nog een stukje verder moesten wandelen. Met onze volle buik wandelen we via twee andere meren, door het bos terug naar ons startpunt in Ignalina.

Fietsen

De volgende dag brengt een fietsroute van 50 kilometer ons langs alle highlights van het park. Het eerste gedeelte gaat over een reguliere weg met afwisselend dennenbossen, landerijen en meren. Er zijn genoeg momenten om even af te stappen om een meer, een boerderij of klein dorp van dichtbij te verkennen.

Voor ons gelijk ook een goed excuus om even uit te rusten van de vele kleine klimmetjes die we tegenkomen. Onderweg zien we mensen paddenstoelen en bessen plukken in het bos, een nationale hobby van Litouwers.

Na een stevig aantal kilometers komt precies op tijd het romantische dorp Ginučių tevoorschijn. Gelegen langs een meanderend riviertje en twee meren, is het een ideale rustplaats. Behalve een goed restaurant met lokale gerechten en een barretje, kun je er ook een oude watermolen uit de 19de eeuw bezichtigen. De watermolen heeft nog steeds haar originele mechanismen. We hebben het gebouw verkend en de verschillende schilderijen met afbeeldingen van lokale legendes bekeken.

Fietsen Aukstaitijos nationaal park

Na onze rustpauze verlaten we de geasfalteerde weg om via een heuvelachtig dennenbos naar Stripeikiai te gaan. In dit historisch dorp is het imkermuseum gevestigd. Hier leren we dat boeren al van oudsher bijen houden. Maakte men eerst nog gaten in bomen en omgehakte boomstammen, later werden eigengemaakte bijenkorven gebruikt. In het museum zijn ook verschillende gereedschappen voor bijenhouderij tentoongesteld. Foto’s, beelden en plaatjes verlevendigen de expositie.

Na deze stop vervolgen we onze weg weer via de geasfalteerde weg. Nu laten we de bossen achter ons en fietsen door landbouwgebieden. Uitgestrekte velden met graan, koolzaad en gras glijden aan ons voorbij. Onderweg stoppen we nog even bij een bijzonder mooi gelegen wit kerkje in Kirdeikiai. Precies op tijd, want zo gauw we zijn afgestapt, begint het te regenen.  Gelukkig kunnen we schuilen ondereen paar grote bomen langs het water. Na de regen fietsen we verder richting Ginučių, waar we ons tegoed doen aan heerlijke aardappelpannenkoeken.

De weg van Ginučių naar Antalksné gaat over een heel smal stukje land, gelegen tussen twee meren. Hier zijn voormalige kasteelheuvels met restanten van oude forten en kastelen te vinden. Ladakalnis heeft het mooiste uitzicht. Bovenop de heuvel kun je vrij alle kanten uitkijken. Volgens het informatiebord moet je zeven meren kunnen zien, maar wij ontdekten er slechts vier. De andere meren waren aan onze blik onttrokken door de vele hoge bomen. Vanaf hier tot aan Ignalina stappen we nog regelmatig af om een standbeeld te bezichtigen of een klein dorp. Als we Ignalina weer in fietsen, zijn we ruim 10 uur op pad geweest.

Kajak

Veel mensen verkennen het Aukstaitija National Park met de kajak, wij dus ook. Het kanoverhuurbedrijf brengt ons helemaal naar het noordelijk gedeelte van het park. We zijn de enige toeristen op deze ietwat koele doordeweekse zomerdag. Als we over het kronkelende riviertje varen, moeten we regelmatig even diep buigen of liggen in onze kajak om een boomtak of omgevallen boom te ontwijken.

Regelmatig komt de zon tevoorschijn, waardoor het bos op sprookjesachtige wijze wordt verlicht. Na enige tijd, we zijn alle besef van tijd kwijtgeraakt, komen we aan bij ons eerste meer. Het nationaal park heeft in totaal 127 meren, waarvan de meesten met elkaar verbonden zijn via kleine kreken en riviertjes. Daardoor is het park uitermate geschikt om per kano te verkennen.

Nadat we ons eerste meer, genaamd Baluošas, hebben bereikt, besluiten we op een eilandje onze lunch te gaan gebruiken. Het is er heerlijk stil en we genieten van het uitzicht over het water. Als we daarna onze weg vervolgen, kajakken we via twee andere meren naar onze eindbestemming. Daar haalt het kanoverhuurbedrijf ons weer op en brengt ons terug Paluse.

Ben je benieuwd waar we nog meer zijn geweest in Litouwen? Lees dan mijn blog met een samenvatting van onze reis door Litouwen.

Voor wie het nationaal park ook wil bezoeken, meer informatie is te vinden op de website van het park zelf.  

Lonely Planet heeft een zeer goede reisgids ter voorbereiding op en gedurende je reis. Als je het boek via de onderstaande link bestelt, draag je ook bij aan het onderhoud van mijn website.

Please follow and like us: