Toen een vriend voorstelde om in St. Laurent (Frans-Guyana) te gaan lunchen, verklaarden we hem voor gek. Je gaat toch niet twee uur rijden om ergens te lunchen? Maar zijn spontaniteit en onze ondernemingszin, overwon de luiheid. De volgende dag zaten we om 8.00 uur in de auto richting Frans-Guyana.

20170111_110153Camp de la Transportation

We reden in één keer naar Albina, alwaar we zouden oversteken naar St. Laurent. We wilden voor lunch een bezoek brengen aan het beruchte Camp de la Transportation. Deze voormalige gevangeniskolonie, waar onder andere Papillion gevangen heeft gezeten, is vandaag de dag een museum.  Elke dag om 11.00 uur leidt een gids de bezoekers rond.

Parkeren en de oversteek vanuit Albina

St Laurent bootAangekomen in Albina parkeerden we de auto gewoon op straat. Niet aan de rivieroever zelf, maar in een zijstraat. Aan de oever liggen vele tientallen boten te wachten op passagiers. Wij hadden via vrienden een naam van een betrouwbare bootsman gekregen. Hij zou ons voor 15 SRD (dec 2016) naar de overkant brengen. Nu moesten we hem alleen nog vinden.

Het overvaren met één van deze vele boten is geen officiële oversteek. Je gaat dus niet langs de douane. Dit heeft als voordeel dat je als Nederlander (of Amerikaan) niet weer een nieuwe toeristenkaart hoeft te kopen als je terugkeert. Iedereen gebruikt deze boten en in St. Laurent is er geen controle. Als je toch perse een formele overtocht wilt maken, kun je de officiële veerboot nemen.

Albina in het verleden en nu

In het verleden heb ik Albina een aantal keren bezocht. Het stond in mijn geheugen gegrift als een vies dorp met veel afval langs de kade. Overal hingen mannen op straat op zoek naar werk. Dat is nu een stuk minder en het was er zelfs redelijk aangenaam. Uiteraard werden we benaderd door bootsmannen, maar zo gauw we de naam van onze bootsman noemden, werden we met rust gelaten. Heb je geen naam van een bootsman, zorg er dan voor dat je vooraf de prijs en de juiste aanlegplaats vastlegt voordat je in de boot stapt.

20170111_103833Aankomen in St. Laurent

In St. Laurent zijn er drie aanmeerplaatsen. Eén vlakbij het ziekenhuis, één vlakbij het stadscentrum en één bij de voormalige gevangenis. Uiteraard werden wij bij de voormalige gevangenis afgezet.

De tijd begon te dringen, dus we kochten snel een toegangsbewijs (6 euro) bij het toeristeninformatiecentrum, en zijn toen op een terrasje gaan zitten voor een heerlijke kop koffie en pain raisin. De croissantjes waren helaas al op. De Engelssprekende gids was die dag afwezig, maar we konden met een Surinaamse gids mee die een groepje toeristen rondleidde. Na de interessante rondleiding door het complex, zijn we richting de markt gegaan.

Markt in St.Laurent

markt St LaurentOp woensdag en zaterdag is er een grote groente- en fruitmarkt in St. Laurent. Een deel van de markt wordt bezet door Inheemsen en Marrons van Suriname. Andere kraampjes zijn bemand door landbouwers uit Frans-Guyana zelf en recentelijk verkopen ook Haïtianen die in Frans-Guyana zijn neergestreken hun verbouwde groente en fruit. In het midden van de markt is een grote overkapping, waar verschillende eetstandjes zijn gevestigd. Daar hebben we genoten van gefrituurde Vietnamese loempia’s, Er werd ook Vietnamese pho (noedel) soep geserveerd. Iets wat je in Suriname niet kunt vinden. Het was écht even klein Vietnam in deze markthal.

20170111_122403Frans-Creoolse lunch

Onze vriend had echter zijn zinnen gezet op een Frans-Creools restaurant voor lunch. In een zijstraat naast het ziekenhuis zijn er verschillende gevestigd. Wij hebben gegeten bij Flor, dat aan de rivieroever is gelegen. Aan de buitenkant ziet het er niet aantrekkelijk uit, maar eenmaal binnen werd ik verrast door een overkapping met verzorgde tafeltjes. Voor ongeveer 8 euro hadden we ieder een heerlijk groot bord met eten. Allemaal gerechten die niet in Suriname zijn te krijgen. Eén gerecht bestond uit een combinatie van oker, spinazie, varkens- en kippenvlees en gezouten vis. Ik had voor een gerecht met bruine bonen gekozen en onze vriend wilde de gegratineerde aardappels wel uitproberen. Het smaakte allemaal erg lekker. En geen zorgen als je Frans beperkt is, er is vrijwel altijd wel een Surinamer in de buurt die zowel Frans als Nederlands spreekt. In ons geval bleek de dame die de bestellingen opnam, zelf Surinaamse roots te hebben.

Na de lunch was het tijd om naar onze volgende stop te gaan. We wilden op de terugweg nog graag een stop maken in Moengo. Een bootsman was snel gevonden, en binnen no time zaten we in de auto richting Moengo.

Moengo

20170111_165401Met Marcel Pinas als drijvende kracht, is Moengo bezig zich opnieuw uit te vinden. Vroeger leefde het dorp van de bauxietwinning in de omgeving, maar sinds de stopzetting daarvan raakte het ietwat in verval. Kunstenaar Marcel Pinas, zelf afkomstig uit Moengo, gebruikt zijn kennis en passie om het dorp vooruit te helpen.

Zo zijn er altijd buitenlandse kunstenaars in het dorp, die er tijdelijk verblijven om er te werken. Zij werken veelal samen met de lokale jongeren en ambachtslieden uit het dorp.  Daarnaast organiseert Marcel Pinas voor de jongeren kunst en culturele activiteiten, die als stimulans dienen om iets van hun leven te maken. Hij heeft ook een klein museum opgericht, waar verschillende kunstwerken te zien zijn van Surinaamse en Caraïbische kunstenaars. Ook worden er door het jaar heen verschillende festivals georganiseerd. Het Moengo festival eind september is daarvan de grootste en het meest populaire.

We parkeren de auto bij het oude ziekenhuis, waar het culturele centrum is gevestigd. Als we het terrein afgaan lopen we tussen oude arbeiderswoningen, waarin vooral Javanen wonen. Her en der treffen we kunstwerken aan.

Wij hadden geluk en troffen Marcel Pinas aan, welke één van ons persoonlijk kende. We kregen daardoor een kleine rondleiding van hemzelf.  Je kan je bezoek ook van te voren aankondigen of contact opnemen met Waterproof tours voor een trip naar Moengo.. Ken Doorson, zelf kunstenaar en afkomstig uit Moengo, fungeert dan als je gids.

Saoto in Tamaredjo

Suriname Tamaredjo Javaans etenNa ons bezoek aan Moengo, begon het alweer te schemeren. Het even gaan lunchen in St. Laurent was uitgelopen in een lange dag met veel indrukken. Om de honger te stillen, stopten we nog even in Tamaredjo voor een lekkere bami en teloh met gebakken banaan. Tevreden en voldaan keerden we daarna terug naar ons tijdelijk huis in Paramaribo.

Please follow and like us: