Tijden het plannen van mijn kleine rondreis door Duitsland, adviseerde het verkeersbureau van Duitsland mij om naar Weimar te gaan. Niet alleen is Weimar de stad van de Duitse klassiekers, ook het Nederlands koninklijk huis heeft haar sporen hier achter gelaten. Daarnaast vond hier, bijna 100 jaar geleden, de geboorte van de Bauhausschool plaats.  Genoeg reden voor mij om een bezoek te brengen aan deze stad van kunst en cultuur.

Weimar straatbeeld

Rechts Ana Amalia bibltioheek, links Liszt muziekschool en in de verte het stadskasteel

Kennismaking met de stad

Een stadswandeling is de beste manier om kennis te maken met een stad. Elke dag wordt er minstends een stadswandeling gehouden vanuit het toeristisch informationcentrum. Deze rondwandeling is echter alleen in het Duits. Gelukkig is er een alternatief en dat is de Iguide. Met een grote smartphone om je nek en een speakertje in je oor, ga je zelf de straat op voor een eerste kennismaking met de stad.

De Nederlandse versie van de rondleiding neemt je mee langs de belangrijkste gebouwen van het stadscentrum. Onderweg gaan schrijvers Schiller en Goethe geanimeerd met elkaar in gesprek over de betekenis van de verschillende gebouwen voor de stad en hun bewoners. Tijdens die rondleiding leerde ik dat Schiller de auteur van Wilhelm Tell is. Ook is hij de bedenker van vele gezegden en spreekwoorden, die we nog steeds in de Nederlandse taal gebruiken. Enkele voorbeelden daarvan zijn: voorkomen is beter dan genezen en oefening baart kunst.

De Iguide kost 8 euro, maar is gratis als je de Weimarcard neemt. De Weimarcard kost 30 euro en geeft je gratis toegang to de meeste musea en gratis gebruik van het stadsvervoer.

stadsplein weimar

Het stadsplein van Weimar, waar ook het toeristeninformatiecentrum is gevestigd

De Duitse klassiekers

Als ik diep in mijn geheugen graaf, dan heb ik weleens gehoord van de naam Goethe Ik heb alleen geen idee van wie hij nu precies is. Voor de Duitsers is Goethe echter veel belangrijker dan Multatuli, W.F. Hermans en Louis Couperus gezamenlijk voor ons. Hij is het nationale symbool van Duitsland. Niet voor niets wordt de Duitse cultuur in het buitenland vertegenwoordigd door het Goethe instituut.

Goethe werd geboren in Frankfurt in 1749. Hij studeerde in Leipzig, maar werd al gauw door Groothertog Carl August naar Weimar gehaald om als hofadviseur aan de slag te gaan. Niet alleen schreef hij in Weimar vele boeken zoals ‘Faust’ en ‘het lijden van de jonge Werther’. Hij  overzag ook de bouw van verschillende bouwwerken, was bibliothecaris van de nu befaamde Ana Amalia bibliotheek, en schreef verhandelingen over de anatomie, kleurenleer en biologie. Hij was een man met vele talenten. Zijn nalatenschap voor de stad en Duitsland is dan ook enorm.

Het Goethe museum is gevestigd in zijn voormalige woning. Niet alleen zie je hier hoe hij heeft geleefd, maar leer je ook meer over zijn interesses en het effect dat hij heeft gehad op de Duitse samenleving. Daarnaast had hij ook een tuinhuis in Park am Ilm. Ook deze is geopend voor het publiek. Een deel van de boeken die hij heeft verzameld voor de bibliotheek van het groothertogdom, zijn te vinden in de Ana Amalia bibliotheek. Behalve dat hij betrokken is geweest bij de inrichting van Park am Ilm, heeft hij ook toezicht gehouden op de bouw van het Romanische haus in het park zelf.

Goethe Weimar woonhuis

Interieur van Goethe z’n woonhuis

De tweede Duitse klassieker, die de laatste jaren van zijn leven doorbracht in Weimar, is Schiller. Bekend van Wilhelm Tell, maar ook van vele toneelstukken en andere verhalen. Teksten uit zijn gedicht ‘Ode and die Freude’ zijn door Beethoven gebruikt in z’n 9de symphonie. Schiller verdiende zijn inkomen met zijn schrijverschap. Dit in tegenstelling tot Goethe die een royale vergoeding van het groothertogdom kreeg voor zijn adviseurschap. Schiller’s huis in het midden van de stad heeft een interieur vol kleur en verschillende patronen. Het vertelt iets over zijn opmerkelijke karakter en leven.

Weimar woonhuis Schiller

Het woonhuis van Schiller, midden in Weimar

Schiller woonhuis Weimar

Schillers z’n woonhuis

De 18de eeuw wordt gezien als de gouden eeuw voor Weimar. De 19de eeuw als een zilveren periode, omdat in die tijd Maria Pavlovna, groothertogin van Saksen-Weimar-Eisenach, piano virtuoos en componist Franz Liszt naar de stad bracht. Met zijn komst leefde de kunst en cultuurscene in de stad weer even op.

Het voormalige huis van Liszt is nu een museum. De oorspronkelijke inrichting is gedaan door Sophie van Oranje-Nassau, nicht van koningin Wilhelmina en vrouw van Groothertog Karl Alexander.

Liszt museum Weimar

Liszt z’n zomerhuis in Weimar, ingericht door Sophie van Oranje-Nassau

Het eerste deel van de 20ste eeuw stond in het teken van de Bauhaus beweging, waarvan nog verschillende sporen in de stad zijn te vinden.

Art Nouveau & Bauhaus

Van 1899 tot en met 1914 woonde de Belgische architect en kunstenaar Henry Van der Velde in Weimar. Hij leidde daar de ambachts- en kunstschool, ontwierp interieurs en woningen. Al zijn ontwerpen zijn in Art Nouveau-stijl. In het Nietschze archief en in zijn eigen Haus Hohe Pappeln zijn de mooiste voorbeelden van zijn werk te vinden.

Walter Gropius nam in 1919 de leiding van de school over. Hij gaf de school ook een nieuwe naam, namelijk Bauhaus Schule. Docenten met verschillende visies, stijlen en achtergrond haalde hij naar Weimar om er les te geven. Het curriculum van de school was erg experimenteel en bekende docenten als Paul Klee en Wassily Kandinsky gaven er les. In zijn visie moesten ontwerpers ervoor zorgen dat schoonheid en kwaliteit voor iedereen toegankelijk werd middels goed ontworpen industriële producten.

Gropius z’n privécollectie vormt de hart van het nieuwe Bauhaus Museum in Weimar, dat in april 2019 wordt geopend. Precies honderd jaar na de oprichting van de school. Ook Haus am Horn zal dan worden heropend en zoveel mogelijk in oude staat worden hersteld. Dit huis diende in 1923 als modelwoning voor de eerste grote Bauhaus-tentoonstelling.

Haus am Horn Weimar

De strakke lijnen van Haus am Horn

Landschapsparken en verborgen tuinen

In en rondom Weimar vind je vele mooie landschapsparken en in de stad zelf wordt je verrast door mooi aangelegde tuinen.

Park am Ilm begint bij het stadskasteel, de vroegere woning van de groothertogen, en strekt zich uit naar het zuiden. Enorme bomen, glad gemaaide grasvelden en een kabbelende rivier maakt het park zeer geschikt als wandel- en fietsgebied.

Hetzelfde geldt voor de parken van kastelen Belvedère, Tiefurt en Ettersburg. Alle drie de plaatsen behoorden toe aan het groothertogdom. De parken worden niet veel bezocht en zijn perfect onderhouden. Een ideale plek dus om op een zonnige dag te picknicken, een boek te lezen of rustig te wandelen langs kabbelende beekjes en grote bomen.

Vooral Belvedère is een bezoek waard met haar prachtige paleis, orangerie en park. Daarnaast huisvest het een muziekschool, waardoor de kans groot is dat de klassieke muziek je tegemoet komt als je het terrein betreedt. In het kasteel zelf zijn verschillende voorwerpen in Delfts blauw te vinden, dankzij Sophie van Oranje-Nassau. Zij heeft hier verscheidene zomers doorgebracht.

In de stad zelf bevindt zich de tuin van de familie Kirms-Krackow, die in oude stijl is heringericht. Je kan in het theehuis een high tea doen, maar ook op het nabijgelegen terras van La Tarte een lunch of drankje gebruiken. Verder vond ik de tuin bij Goethe’s woonhuis een aangename verrassing, evenals zijn tuin bij zijn tuinhuis in Park am Ilm.

Park am Ilm Weimar

Blik op rivier Ilm in Park am Ilm

slot belvedere weimar

Slot Belvedère net buiten Weimar

Buchenwald Memorial

Wie denkt dat Buchenwald vergelijkbaar is met Auswitz of Terezienstad, zal tot de ontdekking komen dat die vlieger niet opgaat. Buchenwald was geen vernietigingskamp, maar een werkkamp. Gevangenen werden gedwongen in het kamp zelf of voor bedrijven buiten het kamp te werken zonder loon.

Het concentratiekamp werd al 1937 geopend voor de opvang van politieke gevangenen. Dit waren vooral homoseksuelen, Roma’s, asocialen, criminelen en communisten. Ofwel iedereen die een mogelijk gevaar vormde voor het Nationaal Socialistisch regime en ideologie van Hitler. Ook Joden maakten deel uit van de kamppopulatie, maar vormden niet de hoofdgroep.

Alle gebouwen, inclusief die van de wachters en commandanten, werden door de gevangenen zelf gebouwd zonder hulpmiddelen als paarden en machinerie. Sommige gevangenen bleven in Buchenwald, anderen werden verplaatst naar één van de meer dan 130 andere subkampen in de omgeving.

In totaal heeft het kamp zo’n 250.000 gevangen verwerkt en meer dan 56.000 mensen overleden er. Een deel vanwege de mensontwaardige situatie, een ander deel naar aanleiding van de medische experimenten die op hen werden uitgevoerd.

Na de tweede wereldoorlog gebruikten de Russen een deel van het kamp voor hun politieke gevangenen. In een periode van 5 jaar werden er 28.000 mensen gevangen gehouden, waarvan er 7.000 in gevangenschap overleden. Zij werden in het nabijgelegen bos neergeschoten en begraven. In een modern gebouw vind je documentatie over deze periode, en vele interviewverslagen van ex-gevangenen.

Buchenwald Memorial

Het motto van Buchenwald Werkkamp

Wat veel mensen niet weten is dat vlakbij Buchenwald een tweede gedenkingsplaats is. In de DDR-periode heeft de regering er hun eigen monument geplaatst. Een enorme toren met bijbehorend terrein waarop standbeelden staan. Deze refereren vooral naar de communistische gevangenen van Buchenwald. De toren is van heinde en verre te zien (ook vanaf paleis Belvedère, aan de overkant van de vallei) en zeker de moeite waard om te bezoeken, al was het maar voor het uitzicht.

Bezoek de website van Buchenwald voor meer informatie, openingstijden, tours en plattegrond

Weimar Atrium

Gauforum, is het gebied tussen het nieuwe Bauhaus museum en het Neue Weimar museum. Om een groot grasveld staan aan weerszijden twee zachtgele gebouwen. Aan één zijde een rood gekleurd gebouw en daar tegenover een winkelcentrum dat in 2005 werd gebouwd op de restanten van het voormalige Halle der Volksgemeinschaft.

Hitler hield van Weimar, omdat hier volgens hem de basis werd gelegd voor de Duitse cultuur. In zijn opdracht startte men hier in 1937 met de bouw van het Gauforum. Het moest een centrum voor partijbeenkomsten worden en als kantoor voor zijn politieke partij dienen. Er waren plannen om hetzelfde te doen in meer dan 40 andere steden, maar alleen in Weimar is het bouwplan gerealiseerd.

Weimar Gau Forum

Gau Forum ofwel Weimar Atrium

Vandaag de dag is het plein vernoemd naar de Spaanse schrijver en overlevende van Buchenwald, Jorge Semprun. De gebouwen huisvesten de administratie van de provincie Thüringen en een winkelcentrum met een gezellige foodcourt. Het grote grasveld tussen de gebouwen wordt express leeg gehouden. Zou het een publieke ruimte worden, dan verwacht men veel aanvragen voor bijeenkomsten en demonstraties van neo-nazis. Dit is immers het enige bouwwerk uit het nazitijdperk dat gerealiseerd is.

Eten en drinken

In Weimar is er geen gebrek aan typische Duitse restaurants. Weissen Schwan is naar verluidt het oudste huis in Weimar en de favoriete plek van Goethe geweest. Ik heb er een Schusselsülze gegeten, een terrine met o.a. varkensvlees. Ervaringen van de gasten zijn verdeeld. het eten voldeed niet altijd aan de verwachingen en het personeel is soms wat traag. Het is wel een perfecte plek met uitzicht op de vele paardenkoetsen die klaarstaan om de bezoekers van of naar het naastgelegen Goethe huis te brengen.

Op het stadsplein, daar waar het toeristeninformatiepunt is, staat elke dag een kraam die Thüringer worst verkoopt. De stad heeft ook een legio bakkerijen, die heerlijke broodjes, patisserie en andere zoetigheden verkopen.

Voor wie even geen Duitse cuisine wil, kan terecht bij één van de vele Italiaanse of Aziatische restaurants. Bijzonder om te vermelden zijn soepbar Jelo en Estragon Suppenbar. Beiden serveren dagelijks versbereide soepen, die je binnen of op het terras kunt nuttigen.

Weimar Soep

Lekker soepje bij Estragon Suppenbar

Weimar restaurant weissen schwan

Een Schusselsülze met een apfelschorle

 

 

 

 

 

 

 

 

Het grootste plezier had ik met het testen van de verschillende ijssalons. Gelateria Giancarlo met een oneindig groot aanbod en Eiscafé Venezia zijn de absolute toppers in Weimar.

Accommodatie

Weimar heeft meer dan genoeg aanbod, en dus voor een ieder wat wils. Ikzelf heb geslapen in Arthotel Weimar voor 45 euro per nacht, zonder ontbijt. Het hotel is een beetje vergane glorie, maar prima op orde en met leuke Bauhaus touches in de kamers. Het ligt wat verder van het stadscentrum, maar nog steeds op loopafstand. Met de bus ben je nog geen 10 minuten onderweg.

Eén van de chiquere plaatsen is Grand Hotel Russischer Hof in hartje centrum van de stad.

Weimar Arthouse hotel

Arthaus detail in mijn hotelkamer

Vervoer

De meeste bezienswaardigheden zijn op loopafstand. Voor de ietwat verder gelegen bestemmingen als Buchenwald en de parken van Belvèdere, Tiefurt en Ettensburg kan de stadsbus worden genomen. Deze gaat in ieder geval 1x per uur naar de betreffende bestemmingen. Een buskaartje kost 2 euro of is gratis als je de Weimarcard hebt gekocht.

Het toeristeninformatiecentrum verhuurt fietsen voor 15 euro per dag voor hen die liever op de fiets gaan. Bij het treinstation kun je een Callabike nemen, welke 1 euro per 30 minuten kost en maximaal 15 euro per dag. Je kunt de fiets alleen terugzetten bij het treinstation.

Voor meer gedetailleerde over Weimar vind je, in het Nederlands, op Kulturstadt Weimar.

Lees ook

Please follow and like us: