Kapelka Travel

Altijd net een beetje anders

België, Brussel

Brussel, een beetje vreemd en toch èrg leuk

Brussel is één van de meest vreemde steden waar ik ben geweest tot nu toe. Qua omschrijving is het zeker niet voor één gat te vangen. Behalve dat ze de stad van het Europese Parlement is, waarvan je de bewijzen ziet rondom Station Luxemburg, is Brussel ook de stad van de Grote Markt, Manneke Pis en Atomium.

Plein voor het Europees parlement, verlaten in de zomer

Twee van deze drie bezienswaardigheden zijn in mijn optiek ietwat ludiek en lacherig, en toch komen toeristen er massaal op af. Na 5 minuten te hebben gekeken naar Manneke Pis vullen zij hun buik met zogenaamde Brusselse wafels en Belgische chocolade, denkend dat ze een échte Brusselse ervaring hebben opgedaan.

In de rij staan de toeristen om naar binnen te mogen in het Atomium

Multicultureel Brussel

Als ik van station Luxemburg richting St. Gilles loop om daar het befaamde Horta Museum te bezoeken, wandel ik na de Europese wijk door een wijk dat vooral wordt bewoond door Afrikanen. Niet alleen zie ik ze op straat, maar ik kom ook heel veel Congolese en Senegalese restaurants tegen. Ook een enkele Ethiopiër heeft zich ertussen genesteld.

In de Vredestraat vind je vele Afrikaanse restaurants

Even verder passeer ik een Taiwanese lunchplek waar iemand op zijn Japans mooie Bento boxen maakt met typische Taiwanese gerechten, zoals ik ze ook zelf destijds heb gekocht in Tapei. In andere delen van de stad kom ik juist weer veel Libanese restaurants tegen en ook een enkele Iraniër. Brussel heeft een bijzondere mix van bewoners, anders dan zoals ik die ken van Nederland.

Toch zijn het de vele donkere gezichten uit Afrika, die perfect Frans spreken, die me opvallen. Ik heb het idee dat Brussel vandaag de dag de Afrikaanse hoofdstad van Europa is, zoals Lissabon dat in de vroegere jaren was.

Stad van het stripverhaal

Brussel, maar eigenlijk geheel België, maakt gretig gebruik van de vele bekende stripfiguren die het land heeft voortgebracht.

Niet alleen vind je in Brussel een groots stripmuseum gevestigd in een zeer bijzondere art nouveau gebouw, maar ook vele muren en wanden zijn beschilderd met de meest bekende stripfiguren.

Waar de tekenaars hun inspiratie vandaan hebben gehaald, wordt al snel duidelijk als je je tussen de Belgen bevindt.

Enorme wandbekleding op Bussel Midi treinstation

Als ik in de trein van Linkebeek naar Brussel een klein iel mannetje aan zie komen lopen, met een warrige bos haar op zijn hoofd en een spits gezicht, begin ik al te glimlachen. Daarbij komt dat het uniform van deze Belgische treinconducteur ietwat te wijd is voor zijn smalle lichaam en het wordt nog leuker als schuin over zijn schouder een tasje hangt met daaraan het ronde hoofddeksel dat ik zo goed ken van de stripverhalen.

Soms heb ik het gevoel te figureren in een écht stripverhaal.

M’n twee Linkebeekse oppashonden struinend door de bossen van Linkebeek

Daarbij komt ook nog dat Brusselaars zich weinig lijken aan te trekken van de laatste mode en trends qua interieur. Vaak lopen zij er ietwat shabby bij en zitten zij graag met een biertje in hun oude vertrouwde buurtcafé vol met memorabilia uit het verleden.

Brusselse gezelligheid

Daardoor vind ik Brussel dan toch ook wel weer erg leuk, want in de namiddag stromen de cafés en terrasjes vol met mensen die na het werk of aan het einde van een dag struinen door de stad de tijd nemen voor een drankje. Ook overdag, zelfs voor 12.00, zie ik menig Belg al van zijn tapje nippen. Zoals voor mij een kopje thee voor gezelligheid staat, zo is dat het biertje voor de Brusselaar lijkt het wel.

Biertje in de Poechenellekelder, pal naast Manneke Pis

Misschien is het die behoefte aan gezelligheid, waardoor ik hier nauwelijks strak ingerichte interieurs tegenkom. Liever lijken de Belgen hun ruimtes te vullen met vitrinekasten met daarin allerlei prullaria uit vervlogen tijden. Dat maakt het wel gezellig, maar ook één grote stofbende. Voor mensen met een stofallergie moeten de Brusselse restaurants, café’s, hotels en huizen een crime zijn.

Op de vlooienmarkt van Marolles kun je al deze prullaria voor een prikkie kopen. Sommige kooplieden pakken de dozen, die waarschijnlijk uit een inboedel komen, niet eens uit. Je mag zelf lekker door de dozen gaan rommelen op zoek naar dat ene dingetje dat je nodig bent of wat je verzamelt.

Vlooienmarkt Marolles is een échte vlooienmarkt!

Tweetalig?

Had ik al vermeld dat men in Brussel formeel tweetalig is? Nou, vergeet het maar. Frans is absoluut de hoofdtaal van deze stad. Soms probeer ik het in het Nederlands, maar ik heb meer succes met mijn Engels dan met mijn Nederlands om iets gedaan te krijgen van een ober of winkelbediende.

Gelukkig spreek ik twee woordjes Frans, maar men veronderstelt dan ook al gauw dat ik de taal vloeiend spreek en dan raak ik weer helemaal verloren. Brussel, Brussel, Brussel.

Hoe uniek België is, leerde ik in het BELvue Museum

Tijdens mijn verblijf in Linkebeek ervaarde ik weer dat de taalgrens slechts een virtuele grens is. Linkebeek, 10 minuten ten zuiden van Brussel, behoort formeel tot het Vlaams taalgebied, maar met een burgemeester die alleen Frans spreekt, word ik tijdens het uitlaten van mijn oppashonden vooral in het Frans begroet. En als ik dan een gesprekje met een andere hondenbezitter in het Nederlands kan vervolgen, hoor ik duidelijk dat Nederlands voor haar de tweede taal is en niet de eerste.

Niets is wat het moet zijn in België. Misschien heeft dat Magritte wel geïnspireerd tot zijn kunstwerken, welke in het Magrittemuseum van Brussel te zien zijn.

Wie meer wil leren over de complexiteit van Brussel en België, en dan doel ik niet alleen op de taalgebieden, raad ik absoluut het BELvue Museum aan het Paleizenplein aan. Wie daar is geweest, begrijpt waarom de Belgen hun eigen gang gaan en niets van iets aantrekken. Alles mag en kan, lijkt het wel.

In dat opzichte is Brussel veel vrijer dan Amsterdam. De enorm grote muurschilderingen waar naakte ouderen zichzelf bevredigen, zijn daar het bewijs van!

Zeer bijzondere street-art bij Hallepoort

Dwalen door Brussel

Wie de moeite neemt om de gebaande paden te verlaten, zal verrast worden door contrasten van zowel mensen als gebouwen.

Een voorbeeld daarvan is te vinden rondom het enorme terrein van ‘Palais de Justice’. Het hoofdgebouw zelf is verlaten vanwege een enorme renovatie. Op de stoep van een modern gebouw, waarin het ministerie van interne veiligheid is gevestigd, hebben zwervers met behulp van dozen hun ‘eigen huisjes’ gebouwd. En terwijl ik door de regen langs hen loop, liggen zij daar lekker droog op hun telefoon spelletjes te spelen.

Vervolgens sta ik nog geen honderd meter verder te staren naar de etalage van Louis Vuiton en loop ik door één van de duurste winkelstraten in Brussel.

Oud chique aan de Louizalaan

Het maakt de stad boeiend en verrassend, en daardoor de moeite waard om te bezoeken. Vergeet dan ook de toeristische bezienswaardigheden en wandel met open ogen, oren en neus door de straten om het èchte Brussel op te snuiven.

Ik heb dat gedaan door van treinstation Brussel Luxemburg naar Brussel Midi te wandelen en vanaf mijn hotel in de wijk Marolles in noordoostelijke richting te lopen zonder een vast plan.

Brussel is niet de enige stad die indruk op mij heeft gemaakt, op een andere manier dan een standaard toerist het beleeft. Hieronder enkele voorbeelden:

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Thema door Anders Norén